dinsdag 22 april 2014

Logboek deel 137


Regina Pallast München

Een tijdsbeeld van de voorstelling ‚olwiefkenijs' mitsgardes de rare ideeën van een gepensioneerde dorpsdirigent.  Extra hoofdstuk over het leven van Tjoam de muzikant.

De voorstelling ‚olwiefkenijs.'

Ik was de afgelopen week met de voorstelling in Ten Boer en Oude Pekela. Het seizoen is nu over, mooi om de tijd te gebruiken voor het maken van een nieuw hoofdstuk. Het verhaal uitbreiden met de figuur Kneles die met zijn broer Tjoam, hun smokkelwaar door „De Laite" over de grens bracht.
 (De Laite= De Lehte bij het dorp Bellingwolde prov. Groningen Nederland)

Ik schreef in mijn vorige blog dat toeval niet bestaat, helemaal zeker ben ik toch niet, maar in Ten Boer kreeg ik de bevestiging dat toeval echt niet bestaat...Ik kwam, tijdens de voorstelling aan de praat met een man uit Vlagtwedde die verhalen kent over smokkelaars, ook smokkelaars uit „De Laite" nou...is dat even toevallig of moest het over mijn pad komen. Je zou haast denken dat Graauwkes en Boesjeudes ook echt bestaan. Hij weet ook alle smokkelpaadjes in De Laite waar het gebeurde, dus een visite zit in de lucht.

Oude Pekela

In Oude Pekela liep de zaal vol met Anbo-mensen. Het gebeurde in het nieuwe gebouw „De Binding." Ik ontmoette hier een oude werkgever, waar ik vroeger in zijn restaurant „ De Vrijheid" in Winschoten altijd het huisorkest mocht zijn. De voorstelling liep extra lekker, een leuke afsluiting. Ik kreeg een uitnodiging om met de Anbo deze zomer een trip te maken naar Zuid Duitsland om de mensen daar te vermaken met "olwiefkenijs." Ik twijfel nog of ik de trip wel ga doen, een Grunneger is stief ja...

De Pers

De pers was aanwezig, stukje in het regio blaadje, op internet...nou mooi toch voor deze oude knakker. De journalist zou me nog uitnodigen om voor de regio radio “ Westerwolde" iets te organiseren. Ik laat het op me afkomen.

Exra hoofdstuk over mijn kameraad Tjoam de muzikant

Tjoam zat dus in de lift in zijn Duits orkest anno 1965, maar de lift zou niet omhoog komen. Ik schreef in mijn vorige blogs dat het woord...bijna...een grote rol speelt in Tjoam zijn leven. Tjoam trad met het orkest Chris Reinhard op in het dure Regina Pallast in München. Tjoam schreef me dat het een belevenis was om in dit orkest te spelen. De Londense trompettist kwam uit het orkest „Edmundo Ross" die Tjoam alleen kende van de beelden in de bioscoop. Ze speelden in de bar van het hotel met een zes mans formatie, in de pauze kwam er een pauze-orkest ook met zes personen.
In de grote zaal speelde de big band van Max Greger waar Tjoam zijn voorganger in speelde. Tjoam viel van de ene verbazing in de andere, wat een wereld en hoe moest hij het thuis in Grunnen vertellen, waar men nog sprak over „ Goa toch aan t waark man." Muzikant was voor Tjoam zijn Grunneger thuisfront echt geen werken...Ja... zijn verdwenen biologische vader was er ook zo één...zal hai wel van dij hebben, werd er dan gedacht en soms gezegd.

Tjoam zat op zekere dag in de lobby van het hotel in München met de orkestleider te praten over zijn toekomst. t Vrouwtje die Tjoam tijdens zijn strooptochten had ontmoet was zwanger. Tjoam dacht er sterk over om terug te gaan naar Grunnen, echter de bandleider dacht er anders over, bood notabene zijn mercedes aan om toch maar te blijven, maar waar moest zo'n kind dan te wereld komen?...Nee...zo schreef Tjoam je kan met een vrouw en een kind toch niet rondzwerven van de ene plaats naar de andere. Ik schreef nog, misschien is een woonwagen met een paard ervoor een idee maar de Grunneger mentaliteit was toch sterker. Tjoam schreef....Tammo jong ik kom der aan è...n hond, n vraauw, n ongeboren kind en schoonmoeke ook nog...tuf tuf tuf...noar Grunnen. „Noa dizze tied komt ter wel weer n aander tied"...opperde Tjoam luchtig.

En zo stond Tjoam weer in Grunn. Tjoam werd aangemerkt als voortvluchtige Nederlander, dat moest hij wel even terecht zetten, hup naar het gemeentehuis. Hij kon dan de volgende week al aantreden in de toen nog dienstplichtige militaire dienst. Tjoam zou in de militaire kapel bij de Huzaren maar deze was net opgeheven dus dat was...bijna...het werd de plaats Venlo, Tjoam werd chauffeur. Zo stond Tjoam de ene dag nog in een first class hotel in München saxofoon te spelen en zo stond hij met zo'n paar honderd soldaten aangetreden op het appèl in Venlo, waar hij notabene om zijn lang haar werd uitgekafferd door een korporaal.

Tjoam ging niet bij de pakken neerzitten, organiseerde een orkestje, speelde in de weekends en
s maandags weer naar Assen waar hij na Venlo gestationeerd werd. Tjoam vond het een verloren tijd, je voerde na de opleiding geen flikker meer uit en bovendien je was uit de running om ooit weer zover te komen in de buitenlandse orkesten. Uit mijn schrijven blijkt wel dat het met keuzes maken niks van doen had. Je hebt de leeftijd om de voortplanting der mensheid te onderhouden en de militaire dienst was een plicht. Tot de leeftijd van 23 jaar, zou oud was Tjoam inmiddels geworden, wordt je leven al voor een groot deel bepaald door dominante regels en mensen, als je tenminste normaal wilt functioneren in deze maatschappij.

Het kind werd geboren, huisje boompje beestje was ook geboren. Ik zie Tjoam nog lopen achter de kinderwagen, eens de grote saxofonist in het Duitse Rijk, zo voelde dat tenminste, nu vader en weer onder de vleugels van de familie. De controle was er weer, het vrije vogeltje gevoel zat weer in een kooitje.
 (wordt vervolgd)

Groetjes
John Hoekman




















dinsdag 15 januari 2013

Logboek deel 86




 De haven van Holwierde


Een tijdsbeeld over de voorstelling ‘olwiefkenijs’ en de rare ideeën van een gepensioneerde dorpsdirigent.

Het was een rustig weekje, dat is ook wel weer eens leuk. De griep is nog steeds niet weg, dat houdt in dat ik nu zo’n twee maanden last heb van die hoesterij. Desondanks ben ik me aan het voorbereiden voor het optreden in Holwierde a.s. vrijdag en dan direct daarna zaterdagmiddag voor Appingedam. Deze laatste stad (stadsrechten) is enorm mooi behouden en dat levert hele mooie plaatjes op. De gehuchten Langerijp, Jukwerd, Opwierde, Tjamsweer en Solwerd horen erbij. De put van Solwerd levert een mooi verhaal op.

De voorstelling

Ik ben een paar jaar geleden begonnen over de verdronken dorpen te vertellen. De dorpen Finsterwolde, Ganzedijk, HongerigeWolf, Beerta, NwBeerta, Drieborg neem je dan mee in het verhaal.
Aan de ander kant van de Dollard ( ook wel genoemd òle Joacob) liggen dan Oterdum, Heemskes en Weiwerd, die dankzij de expansiedrang van de firma Seaports zijn verdwenen. Groot Munte en klein Munte horen ook bij mijn verhaal. De Dollard legendes staan beschreven in mijn boekjes en ik heb nog een paar in mijn hoofd zitten die het papier nog zoeken.

BadNwSchans, OudeSchans, Hamdijk, Ulsda zijn voor mij dan weer een andere regio. Je zou OudeSchans ook weer kunnen meenemen in het verhaal bij Bellingwolde, Vriescheloo en Blijham, maar bij Blijham zit je ook weer dicht bij Wedde.  Je zult denken vanwaar zo moeilijk doen en al deze regio’s?

Dat zal ik ‘oetstokken’ (uitleggen)

De mentaliteit van de dorpsbewoners was onderling verschillend. Finne(r)wolmers konden niet met de Schanskers…De Schanskers hadden neus altied hoog in de wind. Men schold elkaar ook uit, zo werden de Finnewolmers ‘törken’ genoemd en de Beesters ‘baarvekoppen’ of ook wel knollentrekkers. Ieder dorp had of heeft een schimpnaam. (schimp betekent schande) ‘Dij schoa het, het de schimp tou.’

Je kunt je ook voorstellen hoe het ging als vroeger het ene voetbalelftal tegen het ander moest, nou dan gebeurde er wat, in tegenstelling met nu bleef het bij ‘reren’ en ‘bölken.’ (roepen en schreeuwen) ‘Och hai reert mor wat, hai bölkt zo haard, kist der hail nait bie in de buurt wezen.’
De muziekverenigingen bliezen het hoogste lied in competitie. Zo waren de Schanskers veel beter als de Finnewolmers…dachten ze. Ik heb nog een hoofdstuk gemaakt over een ‘stranger in town’ die dan ook nog hoog hoarlemmerdieks pruit, nou niet te best, maar in mijn voorstelling loopt het goed af…

De blaaskapel
De blaaskapel van Finsterwolde was geen arbeidersvereniging, dat kon ik vroeger nog eens ondervinden toen ik met het loze plan kwam, zich meer onder de bevolking te begeven. We gingen op pad naar de Ganzediek om een concert te geven, in de toen nog bestaande school. Het begon met een toespraakje en tijdens de toespraak stond er een grote forse man op en riep…’Vrouger wol’n je ons nait aankieken.’

Ik weet nog toen ik voor het eerst voor het corps stond dat een lid me iets meedeelde op de volgende manier. Het begon zo…’Directeur mag ik iets zeggen’…waarop ik toestemde en hij vervolgde…’Ik heb dit muziekstukje niet in mijn portefeuille.’ Ik antwoordde dat ik geen directeur ben maar dat hij me gewoon bij mijn naam kon noemen. Later kreeg ik het nog eens op mijn brood gesmeerd door de voorzitter die het tijdens zijn afscheidsrede nog eens benadrukte met de volgende zin…en met de heer Hoekman ging het bergafwaarts…Hij bedoelde niet in muzikaal opzicht want ik ben er 25 jaar geweest en met plezier, maar hij moest nog even kwijt dat de normen en waarden toen al niet in acht werd genomen en ik moet nu beamen dat de man gelijk had.

Het optreden

Vrijdagavond ga ik naar Holwierde en kan vertellen dat deze omgeving interessant is met de gehuchten Krewerd waar in de kerk de op één na oudste orgel staat van Nederland, Godlinze, Bierum, en Losdorp, maar ook Leutjeburen (er staat één boerderij) en Nansum wordt genoemd.
Leuk is dat ieder dorp, of je nu Oostwold neemt of Godlinze, een gezellige haven had en het is een doodzonde dat dat allemaal verdwenen is. Het waren nu toeristische trekpleisters geweest en de klederdracht moest weer worden ingevoerd al was het alleen maar op zon- en feestdagen.

Groetjes
John Hoekman

vrijdag 21 september 2012

Logboek deel 78







Een tijdsbeeld over de voorstelling ‘olwiefkenijs’ en de rare ideeën van een gepensioneerde dorpsdirigent.

Het was me het weekje weer wel. Langzamerhand doet de herfst zijn intrede en mensen kruipen weer in de huizen net als de muizen. Het rijmt ook nog…Ieder jaar als het koren bij ons voor de deur er af is dan komen de muizen op visite en wat zijn ze lief. In mijn klarinetten reparatie-hok wordt het nu ook kouder en de lange onderbroek moet zijn dienst bewijzen.

De klarinet

Ik blaas momenteel op een Wurlitzer klarinet en heb het ding al tig keren op de werkbank gehad. Mooi geluid maar als ik bij het aanblazen tegendruk ervaar dan is er gegarandeerd ook iets aan de hand. t’Is een gevoelig juffertje, je kunt wat dat betreft beter een goedkoop instrument aanschaffen. Het is een haat liefde verhouding met dit toetertje. Maar ik heb het nodig want momenteel ben ik met Mozart bezig en dat valt op mijn oude dag niet mee.

Mozart en de computer

De computer is toch een fantastisch ding…één voor één de noten intoetsen met een notenschrift programma en dan via midi naar de virtuele studio. Via midi kan ik ook de aanslag en volume per instrument regelen dus piano en forte kun je allemaal verwezenlijken. Na dagen werk staat dan de hele piano/orkest begeleiding op Cd. Ik blaas het dan op een goedkoop Boss recordertje een aantal keertjes in want het moet in één keer goed zijn en niet met trucjes, dat kun je met Mozart niet maken. Een nadeel is dat je er geen cent mee verdient en dat stoort mijn Grunneger omgeving nog al eens. Vroeger… dat is nog niet zo lang geleden noteerde ik met de pen noot voor noot op papier en kreeg het pas te horen op de repetitie van de blaaskapel. Dat was dan de geboorte en je hoorde het zoals je thuis in gedachten hoorde voor de eerste keer echt.  Een voordeel is dat je nu geen orkest meer nodig hebt maar een nadeel is dat je geen menselijke contacten meer hebt. Nu denk je wel eens…Wat was het toch een fijne tijd als er weer wat aan de knikker was binnen de vereniging.

De advertentie

De advertentie in de plaatselijk krant over klarinet-les met gratis klarinet heeft zijn vruchten afgeworpen er melde zich één persoon die na een week de boel weer inleverde. t’Ja… en dan ben je negentig euro lichter aan advertentiekosten. Ik heb het mijn omgeving niet verteld…Een Grunneger weet dán wel zijn mondje te roeren. k’Haar die t’al zègt ja…dat stront wil nait,  goan mor aan t waark. Met stront wordt dan mijn hele ondernemingsplan bedoeld maar Ik geef de moed niet op en zal nog een advertentie plaatsen in het oostelijk deel van de provincie. ‘Audaces fortuna iuvat’ is geen Grunnegs maar betekent…het geluk is met de dapperen… en dat houd me op de been.

Een lichtpunt

De telefoon ging deze week een paar keer…en dat geeft hoop. Je springt dan als een sprinkhaan van de stoel en zie daar…muziek componeren voor een commercial…nou dat is toch wat. Volgende maand gaat ook de voorstelling ólwiefkenijs’ weer van start en na zo’n lange vakantie zal ik me weer goed moeten voorbereiden. Het liedje Piepplain,uit de voorstelling, is nu bijna 1000 keer bekeken op Joe-tjoep en dat is gemiddeld 100 keer per maand…voor een amateur toch niet slecht. Het liedje Waiwerd doet het ook goed met 700 keer. Ik kreeg nog een aanbieding voor een benefietvoorstelling maar als de lokaliteit niet geschikt is voor een normale voorstelling waarom dan wel voor een benefiet optreden…dus dat was een slechte beurt van de organisatie.

‘Audacus Fortuna Iuvat.’
en de groetjes van
John Hoekman

zondag 22 april 2012

De Heer Wiegman de laatste echte dorpsomroeper van Delfzijl Logboek Deel 65 Een oude man, zoals ik me zo langzamerhand begin te voelen, kan niks meer hebben…je draait je om en je hebt een zenuwontsteking. Ól kwak constateerde gordelroos…(Ól kwak komt van kwakzalven en betekent in het Gronings dokter.) Het doet zeer, vooral s ’nachts, maar als je denkt aan de mensen die echt pijn lijden, waar zeur je dan over… Het bloggen bleef mede daarom een beetje liggen en over de voorstelling ‘Olwiefkenijs’ valt ook weinig te schrijven. De vorm is gevonden maar ik heb toch nog iets nieuws toegevoegd. Tijdens de videobeelden komt er nu reclame tussendoor. Reclame?...nee toch!…nee niet zoals iedereen denkt maar reclame van producten die we vroeger hadden zoals…’Jena de wringer voor een droge was’…of…’neem weckflessen van de firma Weck.’ Ik vind het wel grappig en hopelijk het publiek ook…dus even afwachten. 6 mei 2012 ga ik naar het verzorgingshuis ‘Oldwolde’ in Winschoten (voor de tweede keer) om de mensen daar te vermaken en heb er , zoals ze dat zeggen, zin in. Ik blijf nog steeds gemotiveerd maar als je de balans opmaakt qua energie en geld dan kun je beter niet denken aan artiestje spelen. De clown zijn… zit me meer in het bloed dan het geld… en dat de mensen lachen en lol hebben om de grappen geeft toch wel een kick. De laatste fase, het netwerken is aan mij niet besteed en heeft volgens mij ook niets te maken met het echte werk. Over netwerken gesproken…ik netwerk niet meer via de ‘social media’ omdat volgens de marketing mensen dat niet de goede methode is…rechtstreeks via E-mail moet meer resultaat opleveren en daar geloof ik dan ook in. In ieder geval beginnen de mensen me nu te bellen voor een optreden en dat stemt een mens tevreden alhoewel het nog niet storm loopt. De grote ontdekking van mijn ‘Geschiedenis-cabaret-show’ moet nog komen… Groetjes Tammo oet Grunn.